
Beide restaurants in Mersrags waren gisteren gesloten, wat natuurlijk zakelijk gezien een enorme misser is. Het is een soort van misplaatste solidariteit tussen ondernemers waar niet alleen de argeloze fietser de dupe van wordt, maar ook de restauranthouder zelf. Ze zouden er beter aan doen de maandagen te verdelen, zeker in het hoogseizoen. Zo werd ik gedwongen naar de supermarkt te gaan, gelukkig was die niet solidair. Supermarkten vind je overal, ook in de kleinste dorpjes en ze zijn zeven dagen open van acht uur ‘s morgens tot tien uur ‘s avonds.

En zo werd het weer eens paprika met ui, tomaat, wortel en bacon, de enige vleessoort die in kleine hoeveelheden te krijgen is. Gelukkig beschikte de camping over een grote keuken waar je ook kunt zitten bij slecht weer. En dat was het gisterenavond, de ene bui na de andere joeg over de camping. Ik had met vooruitziende blik een hutje geboekt, net als een fietsend gezin met vier kleine kinderen. Maar er waren ook principiële fietsers die gewoon hun tentje opzetten.
Als ik opsta schijnt de zon, ik heb ik alle tijd, want ik hoef niet zover vandaag. De principiëlen sjouwen hun doorweekte spullen naar het keukengebouw om ze te drogen, terwijl ik zit te ontbijten. Ondertussen begin ik aan Vuur en beschaving van Joop Goudsblom. Een al wat oudere studie en hij begint nogal speculatief, want een serieus overzicht begint natuurlijk bij de voorlopers van de homo sapiens. Maar hij weet heel helder uiteen te zetten wat voor effecten de beheersing van het vuur heeft gehad op de ontwikkeling van onze maatschappij en wijze van bestaan.
Bij de camping van Abragciems stop ik voor een lunch en een wel hele vieze koffie. Soms vraag je je af wat er mis gaat in zo’n café, er staat een goede machine, er gaat Lavazza koffie in en het smaakt alsof het zo uit een automaat op een busstation komt.

En eigenlijk verschilt de weg niet veel van gisteren. De enige interruptie komt van een grote zwarte hond (of was het een wolf?), die tussen de bomen langs de weg scharrelt. Als hij mij ziet, steekt hij de weg over en draaft een tijdje zwijgend met me mee. Hij lijkt geen slechte bedoelingen te hebben, maar het lijkt mij het verstandigste om hem te negeren.
In Plienciems zie ik een bord, camping 300 meter en ik denk, waarom ook niet. Ik word met mijn tent een beetje tussen de hutjes gepropt, maar het is slechts 30 meter naar het strand, waar ik heerlijk mijn boek kan lezen. Morgen nog 50 kilometer naar Riga.

Afstand: 36,6
Tijd: 2:15

































































